Naast de introductie van het participatiemodel, heeft DAK het afgelopen jaar ook andere strategische keuzes gemaakt. “In het verzekeringsbedrijf gaan we ons focussen op een aantal kernproducten”, vertelt Schoonbergen. “Ook voor ons volmacht- en hypotheekbedrijf verandert er het nodige. Zo gaan we in ons volmachtbedrijf met een bepaald aantal verzekeraars samenwerken, in plaats van met de hele markt. Datzelfde geldt voor ons hypotheekbedrijf: we gaan kritischer kijken met wie we zakendoen. In principe bieden we onze leden toegang tot de markt, maar wel op een wijze die alle partijen recht doet. Dat betekent goede producten, fijne en betrouwbare samenwerkingspartijen en een eerlijke beloningsstructuur. Daarover moeten we met elkaar in gesprek blijven. Uiteindelijk willen we met z’n allen maar één ding: de eindklant zo goed mogelijk van dienst zijn.”
De introductie van het participatiemodel, stevige strategische keuzes: het zijn stappen waar Schoonbergen veel energie van krijgt. “In het najaar is de eerste ledenvergadering van DAK Participatie geweest”, glimlacht hij. “Wie weet ontwikkelen we dan wel zo’n zelfde model voor hypotheekadviseurs. Op naar DAK 2.0: ik kan niet wachten.”
Deelname aan dit participatiemodel vraagt commitment, zegt Schoonbergen stellig. “Het is geen loterij zonder nieten. Je betaalt 6.000 euro om deel te nemen en krijgt toegang tot sterke, concurrerende producten. Het is investeren, committeren en profiteren. Je koopt een recht op een deel van het rendement. Wij zien erop toe dat je als individu bijdraagt aan het collectief. Het gaat tenslotte niet om een loterij met gratis winst, maar om samen bouwen aan een sterk (schade)resultaat. Als je dat goed doet, profiteert iedereen.”
Dat laatste betekent dat er - vooralsnog - niet voor iedereen plek is. “Er is een e-mail uitgegaan naar alle 1.600 leden”, zegt Schoonbergen. “In eerste instantie zijn er vijftig plaatsen beschikbaar. Elk kantoor dat zich aansluit, bezoek ik persoonlijk. Zo ontstaat er een groep gecommitteerde mensen die er alles uithaalt wat erin zit.”
Rendement delen dus. Hoe werkt dat precies in de praktijk? “We hebben een deel van ons verzekeringsvolmachtbedrijf in een aparte bv gezet”, vertelt Schoonbergen. “Daarvoor geven we aandelen uit via een Stichting Administratiekantoor (STAK). De STAK geeft certificaten aan de participanten, zodat zij kunnen profiteren van het rendement. Omdat in die bv veel mainstreamproducten zitten en alles goed geautomatiseerd is, verwachten we een goed rendement waar de participanten weer van kunnen profiteren. Je eigen volmachtbedrijf, maar dan zonder gedoe.”
“Bij ons staan omvang en rendement niet op 1”, benadrukt Schoonbergen. “Natuurlijk: we moeten rendabel zijn. Maar dat is niet onze topprioriteit: als coöperatie zijn we voor en van de leden. Voor hen willen we, te midden van alle onrust, die rots in de branding zijn. Over tien jaar zijn we niet drie eigenaren verder, maar nog steeds van de leden. Een betrouwbare partner, met sterke producten en een goede dienstverlening. Die positie willen we nog steviger gaan claimen.”
Een boodschap die resoneert, gezien de flinke autonome groei van 13% die DAK het afgelopen jaar doormaakte. “Waar ‘m dat in zit? De menselijke maat. We willen de adviseurs echt verder helpen.”
Het lidmaatschap van DAK draait niet alleen om ‘vrijheid, blijheid’, benadrukt Schoonbergen. “We beseften dit jaar eens te meer dat we de kracht van het collectief beter moeten benutten”, zegt hij. “Leden maken zich zorgen om die consolidatieslag. Daarom willen ze meer gezamenlijk optrekken: samen ondernemen en rendement delen. We zijn met elkaar om tafel gegaan en hebben die wens vertaald naar een nieuw concept: een participatiemodel voor een deel van ons volmachtbedrijf.”
“We gaan kritischer kijken met wie we zakendoen”
“Het participatiemodel draait om investeren, committeren, profiteren”
Aan het woord is algemeen directeur Tim Schoonbergen, die na een break van dertien jaar nu ruim een jaar terug is bij zijn geliefde coöperatie. “Ik moest de eerste maanden wel even landen”, bekent hij. “Even weer alle processen snappen. Bovendien is er een behoorlijke consolidatieslag gaande: fusies en overnames, bijvoorbeeld door private equity-partijen, zijn dagelijkse kost. Het wordt allemaal steeds groter en massaler. Ze zijn er nog trots op ook. Kijk maar eens naar die opschepperij over wie op welke plaats staat bij de Intermediair top 100. Het gaat helemaal niet meer om de klant.”
Wat doe je als je ziet dat advieskantoren worden opgeslokt door ‘grote jongens’ en fusies en overnames aan de orde van de dag zijn? Dan sla je de handen ineen met je leden en bedenk je samen een plan om je unieke coöperatieve kracht nog beter te benutten. Dat is precies wat intermediairscollectief DAK doet: met hun spiksplinternieuwe participatiemodel zetten zij een grote stap naar een nieuwe coöperatieve vorm. “Leden hebben behoefte aan een rots in de branding. Het is aan ons om die positie nog steviger te claimen.”
“Leden hebben behoefte aan een rots in de branding”
DAK zet koers naar coöperatie 2.0
Naast de introductie van het participatiemodel, heeft DAK het afgelopen jaar ook andere strategische keuzes gemaakt. “In het verzekeringsbedrijf gaan we ons focussen op een aantal kernproducten”, vertelt Schoonbergen. “Ook voor ons volmacht- en hypotheekbedrijf verandert er het nodige. Zo gaan we in ons volmachtbedrijf met een bepaald aantal verzekeraars samenwerken, in plaats van met de hele markt. Datzelfde geldt voor ons hypotheekbedrijf: we gaan kritischer kijken met wie we zakendoen. In principe bieden we onze leden toegang tot de markt, maar wel op een wijze die alle partijen recht doet. Dat betekent goede producten, fijne en betrouwbare samenwerkingspartijen en een eerlijke beloningsstructuur. Daarover moeten we met elkaar in gesprek blijven. Uiteindelijk willen we met z’n allen maar één ding: de eindklant zo goed mogelijk van dienst zijn.”
De introductie van het participatiemodel, stevige strategische keuzes: het zijn stappen waar Schoonbergen veel energie van krijgt. “In het najaar is de eerste ledenvergadering van DAK Participatie geweest”, glimlacht hij. “Wie weet ontwikkelen we dan wel zo’n zelfde model voor hypotheekadviseurs. Op naar DAK 2.0: ik kan niet wachten.”
Deelname aan dit participatiemodel vraagt commitment, zegt Schoonbergen stellig. “Het is geen loterij zonder nieten. Je betaalt 6.000 euro om deel te nemen en krijgt toegang tot sterke, concurrerende producten. Het is investeren, committeren en profiteren. Je koopt een recht op een deel van het rendement. Wij zien erop toe dat je als individu bijdraagt aan het collectief. Het gaat tenslotte niet om een loterij met gratis winst, maar om samen bouwen aan een sterk (schade)resultaat. Als je dat goed doet, profiteert iedereen.”
Dat laatste betekent dat er - vooralsnog - niet voor iedereen plek is. “Er is een e-mail uitgegaan naar alle 1.600 leden”, zegt Schoonbergen. “In eerste instantie zijn er vijftig plaatsen beschikbaar. Elk kantoor dat zich aansluit, bezoek ik persoonlijk. Zo ontstaat er een groep gecommitteerde mensen die er alles uithaalt wat erin zit.”
“We gaan kritischer kijken met wie we zakendoen”
Rendement delen dus. Hoe werkt dat precies in de praktijk? “We hebben een deel van ons verzekeringsvolmachtbedrijf in een aparte bv gezet”, vertelt Schoonbergen. “Daarvoor geven we aandelen uit via een Stichting Administratiekantoor (STAK). De STAK geeft certificaten aan de participanten, zodat zij kunnen profiteren van het rendement. Omdat in die bv veel mainstreamproducten zitten en alles goed geautomatiseerd is, verwachten we een goed rendement waar de participanten weer van kunnen profiteren. Je eigen volmachtbedrijf, maar dan zonder gedoe.”
“Het participatiemodel draait om investeren, committeren, profiteren”
Aan het woord is algemeen directeur Tim Schoonbergen, die na een break van dertien jaar nu ruim een jaar terug is bij zijn geliefde coöperatie. “Ik moest de eerste maanden wel even landen”, bekent hij. “Even weer alle processen snappen. Bovendien is er een behoorlijke consolidatieslag gaande: fusies en overnames, bijvoorbeeld door private equity-partijen, zijn dagelijkse kost. Het wordt allemaal steeds groter en massaler. Ze zijn er nog trots op ook. Kijk maar eens naar die opschepperij over wie op welke plaats staat bij de Intermediair top 100. Het gaat helemaal niet meer om de klant.”
“Bij ons staan omvang en rendement niet op 1”, benadrukt Schoonbergen. “Natuurlijk: we moeten rendabel zijn. Maar dat is niet onze topprioriteit: als coöperatie zijn we voor en van de leden. Voor hen willen we, te midden van alle onrust, die rots in de branding zijn. Over tien jaar zijn we niet drie eigenaren verder, maar nog steeds van de leden. Een betrouwbare partner, met sterke producten en een goede dienstverlening. Die positie willen we nog steviger gaan claimen.”
Een boodschap die resoneert, gezien de flinke autonome groei van 13% die DAK het afgelopen jaar doormaakte. “Waar ‘m dat in zit? De menselijke maat. We willen de adviseurs echt verder helpen.”
Het lidmaatschap van DAK draait niet alleen om ‘vrijheid, blijheid’, benadrukt Schoonbergen. “We beseften dit jaar eens te meer dat we de kracht van het collectief beter moeten benutten”, zegt hij. “Leden maken zich zorgen om die consolidatieslag. Daarom willen ze meer gezamenlijk optrekken: samen ondernemen en rendement delen. We zijn met elkaar om tafel gegaan en hebben die wens vertaald naar een nieuw concept: een participatiemodel voor een deel van ons volmachtbedrijf.”
Wat doe je als je ziet dat advieskantoren worden opgeslokt door ‘grote jongens’ en fusies en overnames aan de orde van de dag zijn? Dan sla je de handen ineen met je leden en bedenk je samen een plan om je unieke coöperatieve kracht nog beter te benutten. Dat is precies wat intermediairscollectief DAK doet: met hun spiksplinternieuwe participatiemodel zetten zij een grote stap naar een nieuwe coöperatieve vorm. “Leden hebben behoefte aan een rots in de branding. Het is aan ons om die positie nog steviger te claimen.”
“Leden hebben behoefte aan een rots in de branding”
DAK zet koers naar coöperatie 2.0