Deze publicatie maakt gebruik van cookies

We gebruiken functionele en analytische cookies om onze website te verbeteren. Daarnaast plaatsen derde partijen tracking cookies om gepersonaliseerde advertenties op social media weer te geven. Door op accepteren te klikken gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies.

Auteur Alex Klein

Leon van Riet, CEO Netherlands Life & Pensions en lid van de Management Board van NN Group
interview

Van Riet sluit af met een duidelijke oproep aan zowel ondernemers als adviseurs. Voor werkgevers is zijn boodschap eenvoudig: “Kom nu in actie. Schuif het niet verder voor je uit. Dit is een traject dat tijd kost en waarover je goed moet nadenken. Hoe eerder je begint, hoe meer ruimte er is voor goede keuzes.”

Voor financieel adviseurs geldt volgens hem dezelfde urgentie. “Begin het gesprek en wacht niet tot een ondernemer er zelf over begint. De komende anderhalf jaar zijn cruciaal. Wie nu actief signaleert en agendeert, helpt niet alleen de klant, maar draagt ook bij aan een succesvolle overgang naar het nieuwe pensioenstelsel.”

Die boodschappen maken nog maar eens duidelijk dat niemand deze immense Wtp-operatie alleen kan uitvoeren. Van Riet: “De Wtp-transitie lukt alleen als alle betrokkenen hun rol pakken: werkgever, adviseur en uitvoerder. Wij faciliteren, de adviseur begeleidt en de werkgever neemt het besluit. Alleen samen krijgen we dit op tijd voor elkaar.”

Samen doorpakken

NN zet volop in op digitalisering en AI om de transitie beheersbaar te houden. Grote delen van het offerte- en omzettingsproces zijn geautomatiseerd. Daardoor kunnen adviseurs sneller werken en houden zij meer tijd over voor het echte advieswerk. Toch ziet Van Riet technologie vooral als ondersteuning. “AI kan processen versnellen, maar uiteindelijk blijft dit mensenwerk. Werkgevers moeten keuzes maken. Adviseurs moeten begeleiden. Dat kun je niet volledig automatiseren.”

Digitalisering lost het probleem niet op

Niet alleen werkgevers, maar ook werknemers begrijpen volgens Van Riet vaak onvoldoende wat de veranderingen betekenen. “Pensioen is voor veel mensen iets voor later. Daardoor ontbreekt vaak het besef wat bepaalde keuzes vandaag betekenen voor het inkomen na pensionering.” Hij ziet bijvoorbeeld dat compensatie soms wordt vertaald naar extra salaris. “Op korte termijn lijkt dat aantrekkelijk. Maar als werknemers dat geld direct uitgeven terwijl hun pensioenopbouw lager wordt, kan dat later tot teleurstellingen leiden.”

Volgens Van Riet ligt daar een bredere maatschappelijke uitdaging. “Pensioenbewustzijn moet omhoog. Mensen moeten begrijpen wat hun keuzes betekenen. Dat geldt voor werkgevers, maar zeker ook voor werknemers.”

Ook werknemers hebben meer uitleg nodig

Volgens Van Riet wordt de pensioentransitie nog te vaak gezien als een compliancevraagstuk. Dat vindt hij zonde omdat werkgevers deze overgang ook strategisch kunnen inzetten. Zo biedt de nieuwe wetgeving volgens hem mogelijkheden om pensioen nadrukkelijker onderdeel te maken van goed werkgeverschap. “In de huidige arbeidsmarkt kan pensioen een onderscheidende arbeidsvoorwaarde zijn. Werkgevers kunnen bewust kiezen voor een hogere pensioenopbouw of een beter nabestaandenpensioen. Maar dan moet je wel tijd nemen om die keuzes te maken.”

Juist daarom pleit hij ervoor om verder te kijken dan de minimale wettelijke verplichtingen. “Als je vroeg begint, ontstaat ruimte om pensioen onderdeel te maken van je totale HR- en arbeidsvoorwaardenbeleid.”

Meer dan een wettelijke verplichting

Veel ondernemers realiseren zich volgens Van Riet nog onvoldoende welke risico’s samenhangen met uitstel. “De zorgplicht richting werknemers wordt vaak onderschat. Werkgevers zijn verantwoordelijk voor een correcte pensioenregeling. Als je niets doet, kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn.”

Het meest extreme scenario is volgens hem dat een regeling fiscaal onzuiver wordt. “De Belastingdienst heeft aangegeven dat pensioenregelingen uiterlijk per 1 januari 2028 moeten voldoen aan de nieuwe wetgeving. Wordt die deadline niet gehaald, dan kan een regeling fiscaal onzuiver worden. Dat is een situatie die je wilt voorkomen.”

Risico’s worden nog onderschat

Een belangrijke keuze is bijvoorbeeld of een werkgever gebruikmaakt van de zogenoemde eerbiedigende werking. Daarbij behouden bestaande werknemers hun huidige pensioenopbouw en vallen alleen nieuwe medewerkers onder de nieuwe systematiek. Volgens Van Riet kiezen veel werkgevers voor deze route omdat de overgang relatief eenvoudig verloopt en compensatie vaak niet nodig is. Tegelijkertijd plaatst hij er een kanttekening bij. “Het is niet automatisch de meest toekomstbestendige oplossing. Juist daarom is het belangrijk om voldoende tijd te nemen om verschillende scenario's zorgvuldig af te wegen.”

De veelgehoorde waarschuwing dat ‘na de zomer te laat is’ is volgens Van Riet dan ook geen marketingkreet. “Dat is een realistisch scenario. Werkgevers die hun contract per 1 januari 2027 moeten aanpassen, zullen nu echt in actie moeten komen. Anders wordt het lastig om het traject nog zorgvuldig te doorlopen.”

Tijd bepaalt de keuzes

Hoe later een werkgever begint, hoe kleiner de kans dat er nog ruimte is voor maatwerk. “Werkgevers hebben verschillende mogelijkheden om de overgang vorm te geven. Als je tijd hebt, kun je zorgvuldig kijken wat het beste past bij je organisatie en medewerkers. Onder tijdsdruk wordt die keuzevrijheid kleiner”, aldus Van Riet.

Het gaat daarbij niet alleen om het halen van de deadline, merkt hij op. “Werkgevers die nu starten, hebben nog de ruimte om verschillende scenario's door te rekenen en bewuste keuzes te maken over de inrichting van hun regeling. Naarmate de tijd verstrijkt, neemt die keuzevrijheid af. Onder tijdsdruk wordt de snelste oplossing vaak leidend, terwijl pensioen juist vraagt om maatwerk.”

Maatwerk kost tijd

De komende anderhalf jaar draait alles om capaciteit. Niet alleen bij pensioenuitvoerders, maar in de volledige adviesketen. “De uitdaging zit overal”, zegt Van Riet. “Bij pensioenadviseurs die werkgevers begeleiden. Bij actuarissen die berekeningen maken. Bij uitvoerders die offertes verwerken en deelnemers moeten informeren. Iedereen heeft een rol in deze transitie.”

Om die reden werkt NN inmiddels met uitgebreide planningen per advieskantoor. Van Riet: “We kijken samen met adviseurs naar hun portefeuille. Welke werkgevers kunnen dit jaar overstappen en welke volgend jaar? Als een ondernemer om goede redenen wil uitstellen, proberen we samen te kijken welke andere klant juist naar voren gehaald kan worden.”

Volgens hem is dat de enige manier om de beschikbare capaciteit optimaal te benutten. “Als we de resterende omzettingen netjes verdelen over de komende twee verlengingsseizoenen, dan is de operatie absoluut uitvoerbaar. Maar dan moeten werkgevers wel snel besluiten om mee te doen.”

Capaciteitsproblemen in de hele keten

Hoewel pensioenadvies traditioneel een specialisme is, ziet Van Riet een belangrijke rol voor een veel bredere groep adviseurs. “De Wtp vraagt niet dat iedere adviseur pensioenspecialist wordt. Maar het vraagt wel dat iedere adviseur zijn rol pakt. Juist financieel planners, hypotheekadviseurs en andere financieel adviseurs zitten regelmatig aan tafel bij mkb-ondernemers. Die adviseurs zijn vaak de vertrouwenspersoon van de ondernemer. Zij spreken hun klanten over financieringen, vermogensopbouw, bedrijfsopvolging en inkomensvraagstukken. Dan is pensioen een logisch gespreksonderwerp.”

Volgens Van Riet hoeft dat gesprek helemaal niet ingewikkeld te zijn. “De belangrijkste vraag is eigenlijk heel simpel: bent u al bezig met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel? Alleen al door die vraag te stellen kan een adviseur veel in beweging zetten.”

Daarmee vervult de financieel adviseur volgens hem een belangrijke signaleringsfunctie. “De financieel adviseur activeert. De pensioenadviseur werkt het inhoudelijk uit. Die combinatie is ontzettend krachtig.”

De financieel adviseur als aanjager

Zijn boodschap is helder: wie denkt tot eind 2027 te kunnen wachten, onderschat de complexiteit van de overgang. “Als je op 1 december 2027 pas in beweging komt, ben je feitelijk te laat”, zegt Van Riet. “Een pensioenregeling aanpassen is geen administratieve handeling die je even uitvoert. Er moeten keuzes worden gemaakt, deelnemers moeten worden geïnformeerd en er zijn wettelijke communicatieverplichtingen.”

Daarbij speelt mee dat veel pensioencontracten een looptijd van vijf jaar hebben en vaak per 1 januari worden verlengd. Voor veel werkgevers resten daardoor feitelijk nog maar twee momenten om de overstap zorgvuldig te regelen.

Waarom wachten gevaarlijk wordt

“Veel mkb'ers onderschatten de pensioentransitie”

“Pensioen verdient meer dan een standaardoplossing”

“Elke financieel adviseur kan hier het verschil maken”

Toen de Wet toekomst pensioenen op 1 juli 2023 van kracht werd, leek 2028 nog ver weg. Inmiddels is bijna drie jaar verstreken en begint de omvang van de operatie zichtbaar te worden. “Wij hebben inmiddels ongeveer 40 procent van onze pensioenregelingen omgezet naar het nieuwe stelsel”, zegt Van Riet. “Dat klinkt misschien als een mooie mijlpaal, maar tegelijkertijd betekent het dat nog circa 60 procent van de regelingen in anderhalf jaar moet worden aangepast.”

Volgens hem ontstaat daardoor een boeggolf die niet alleen Nationale-Nederlanden raakt, maar de gehele pensioenmarkt. “Eigenlijk heeft de hele sector dezelfde uitdaging. Er is nog enorm veel werk te doen in relatief weinig tijd. Dat vraagt capaciteit van pensioenadviseurs, actuarissen, uitvoerders en juristen. Die capaciteit is niet onbeperkt.”

De oorzaak ligt volgens Van Riet niet zozeer bij onwil, maar vooral bij prioriteiten. Pensioen staat bij veel ondernemers simpelweg niet bovenaan de agenda. “Werkgevers hebben de afgelopen jaren vaak andere zaken voorrang gegeven. Fusies, overnames, personeelstekorten, economische onzekerheid. Dan wordt pensioen al snel vooruitgeschoven. Wil je de overgang goed regelen, dan pak je nu het dossier op.”

De klok tikt voor honderdduizenden mkb-werkgevers. Uiterlijk 1 januari 2028 moeten alle pensioenregelingen voldoen aan de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Toch heeft een groot deel van het mkb de noodzakelijke aanpassingen nog niet in gang gezet. Volgens Leon van Riet, CEO Netherlands Life & Pensions en lid van de Management Board van NN Group, dreigt daardoor een pensioenfile te ontstaan. Adviseurs spelen volgens hem een sleutelrol om ondernemers tijdig in beweging te krijgen. “Pensioen hoeft niet het specialisme van iedere adviseur te zijn. Maar elke financieel adviseur en planner kan hier wel het verschil maken.”

‘Na de zomer wordt uitstel een serieus risico’

Pensioendeadline komt in zicht voor mkb

Leon van Riet, CEO Netherlands Life & Pensions en lid van de Management Board van NN Group

Hoe later een werkgever begint, hoe kleiner de kans dat er nog ruimte is voor maatwerk. “Werkgevers hebben verschillende mogelijkheden om de overgang vorm te geven. Als je tijd hebt, kun je zorgvuldig kijken wat het beste past bij je organisatie en medewerkers. Onder tijdsdruk wordt die keuzevrijheid kleiner”, aldus Van Riet.

Het gaat daarbij niet alleen om het halen van de deadline, merkt hij op. “Werkgevers die nu starten, hebben nog de ruimte om verschillende scenario's door te rekenen en bewuste keuzes te maken over de inrichting van hun regeling. Naarmate de tijd verstrijkt, neemt die keuzevrijheid af. Onder tijdsdruk wordt de snelste oplossing vaak leidend, terwijl pensioen juist vraagt om maatwerk.”

Maatwerk kost tijd

De komende anderhalf jaar draait alles om capaciteit. Niet alleen bij pensioenuitvoerders, maar in de volledige adviesketen. “De uitdaging zit overal”, zegt Van Riet. “Bij pensioenadviseurs die werkgevers begeleiden. Bij actuarissen die berekeningen maken. Bij uitvoerders die offertes verwerken en deelnemers moeten informeren. Iedereen heeft een rol in deze transitie.”

Om die reden werkt NN inmiddels met uitgebreide planningen per advieskantoor. Van Riet: “We kijken samen met adviseurs naar hun portefeuille. Welke werkgevers kunnen dit jaar overstappen en welke volgend jaar? Als een ondernemer om goede redenen wil uitstellen, proberen we samen te kijken welke andere klant juist naar voren gehaald kan worden.”

Volgens hem is dat de enige manier om de beschikbare capaciteit optimaal te benutten. “Als we de resterende omzettingen netjes verdelen over de komende twee verlengingsseizoenen, dan is de operatie absoluut uitvoerbaar. Maar dan moeten werkgevers wel snel besluiten om mee te doen.”

Capaciteitsproblemen in de hele keten

“Pensioen verdient meer dan een standaardoplossing”

Hoewel pensioenadvies traditioneel een specialisme is, ziet Van Riet een belangrijke rol voor een veel bredere groep adviseurs. “De Wtp vraagt niet dat iedere adviseur pensioenspecialist wordt. Maar het vraagt wel dat iedere adviseur zijn rol pakt. Juist financieel planners, hypotheekadviseurs en andere financieel adviseurs zitten regelmatig aan tafel bij mkb-ondernemers. Die adviseurs zijn vaak de vertrouwenspersoon van de ondernemer. Zij spreken hun klanten over financieringen, vermogensopbouw, bedrijfsopvolging en inkomensvraagstukken. Dan is pensioen een logisch gespreksonderwerp.”

Volgens Van Riet hoeft dat gesprek helemaal niet ingewikkeld te zijn. “De belangrijkste vraag is eigenlijk heel simpel: bent u al bezig met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel? Alleen al door die vraag te stellen kan een adviseur veel in beweging zetten.”

Daarmee vervult de financieel adviseur volgens hem een belangrijke signaleringsfunctie. “De financieel adviseur activeert. De pensioenadviseur werkt het inhoudelijk uit. Die combinatie is ontzettend krachtig.”

De financieel adviseur als aanjager

Een belangrijke keuze is bijvoorbeeld of een werkgever gebruikmaakt van de zogenoemde eerbiedigende werking. Daarbij behouden bestaande werknemers hun huidige pensioenopbouw en vallen alleen nieuwe medewerkers onder de nieuwe systematiek. Volgens Van Riet kiezen veel werkgevers voor deze route omdat de overgang relatief eenvoudig verloopt en compensatie vaak niet nodig is. Tegelijkertijd plaatst hij er een kanttekening bij. “Het is niet automatisch de meest toekomstbestendige oplossing. Juist daarom is het belangrijk om voldoende tijd te nemen om verschillende scenario's zorgvuldig af te wegen.”

De veelgehoorde waarschuwing dat ‘na de zomer te laat is’ is volgens Van Riet dan ook geen marketingkreet. “Dat is een realistisch scenario. Werkgevers die hun contract per 1 januari 2027 moeten aanpassen, zullen nu echt in actie moeten komen. Anders wordt het lastig om het traject nog zorgvuldig te doorlopen.”

Tijd bepaalt de keuzes

“Veel mkb'ers onderschatten de pensioentransitie”

Veel ondernemers realiseren zich volgens Van Riet nog onvoldoende welke risico’s samenhangen met uitstel. “De zorgplicht richting werknemers wordt vaak onderschat. Werkgevers zijn verantwoordelijk voor een correcte pensioenregeling. Als je niets doet, kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn.”

Het meest extreme scenario is volgens hem dat een regeling fiscaal onzuiver wordt. “De Belastingdienst heeft aangegeven dat pensioenregelingen uiterlijk per 1 januari 2028 moeten voldoen aan de nieuwe wetgeving. Wordt die deadline niet gehaald, dan kan een regeling fiscaal onzuiver worden. Dat is een situatie die je wilt voorkomen.”

Risico’s worden nog onderschat

Volgens Van Riet wordt de pensioentransitie nog te vaak gezien als een compliancevraagstuk. Dat vindt hij zonde omdat werkgevers deze overgang ook strategisch kunnen inzetten. Zo biedt de nieuwe wetgeving volgens hem mogelijkheden om pensioen nadrukkelijker onderdeel te maken van goed werkgeverschap. “In de huidige arbeidsmarkt kan pensioen een onderscheidende arbeidsvoorwaarde zijn. Werkgevers kunnen bewust kiezen voor een hogere pensioenopbouw of een beter nabestaandenpensioen. Maar dan moet je wel tijd nemen om die keuzes te maken.”

Juist daarom pleit hij ervoor om verder te kijken dan de minimale wettelijke verplichtingen. “Als je vroeg begint, ontstaat ruimte om pensioen onderdeel te maken van je totale HR- en arbeidsvoorwaardenbeleid.”

Meer dan een wettelijke verplichting

Niet alleen werkgevers, maar ook werknemers begrijpen volgens Van Riet vaak onvoldoende wat de veranderingen betekenen. “Pensioen is voor veel mensen iets voor later. Daardoor ontbreekt vaak het besef wat bepaalde keuzes vandaag betekenen voor het inkomen na pensionering.” Hij ziet bijvoorbeeld dat compensatie soms wordt vertaald naar extra salaris. “Op korte termijn lijkt dat aantrekkelijk. Maar als werknemers dat geld direct uitgeven terwijl hun pensioenopbouw lager wordt, kan dat later tot teleurstellingen leiden.”

Volgens Van Riet ligt daar een bredere maatschappelijke uitdaging. “Pensioenbewustzijn moet omhoog. Mensen moeten begrijpen wat hun keuzes betekenen. Dat geldt voor werkgevers, maar zeker ook voor werknemers.”

Ook werknemers hebben meer uitleg nodig

Van Riet sluit af met een duidelijke oproep aan zowel ondernemers als adviseurs. Voor werkgevers is zijn boodschap eenvoudig: “Kom nu in actie. Schuif het niet verder voor je uit. Dit is een traject dat tijd kost en waarover je goed moet nadenken. Hoe eerder je begint, hoe meer ruimte er is voor goede keuzes.”

Voor financieel adviseurs geldt volgens hem dezelfde urgentie. “Begin het gesprek en wacht niet tot een ondernemer er zelf over begint. De komende anderhalf jaar zijn cruciaal. Wie nu actief signaleert en agendeert, helpt niet alleen de klant, maar draagt ook bij aan een succesvolle overgang naar het nieuwe pensioenstelsel.”

Die boodschappen maken nog maar eens duidelijk dat niemand deze immense Wtp-operatie alleen kan uitvoeren. Van Riet: “De Wtp-transitie lukt alleen als alle betrokkenen hun rol pakken: werkgever, adviseur en uitvoerder. Wij faciliteren, de adviseur begeleidt en de werkgever neemt het besluit. Alleen samen krijgen we dit op tijd voor elkaar.”

Samen doorpakken

NN zet volop in op digitalisering en AI om de transitie beheersbaar te houden. Grote delen van het offerte- en omzettingsproces zijn geautomatiseerd. Daardoor kunnen adviseurs sneller werken en houden zij meer tijd over voor het echte advieswerk. Toch ziet Van Riet technologie vooral als ondersteuning. “AI kan processen versnellen, maar uiteindelijk blijft dit mensenwerk. Werkgevers moeten keuzes maken. Adviseurs moeten begeleiden. Dat kun je niet volledig automatiseren.”

Digitalisering lost het probleem niet op

“Elke financieel adviseur kan hier het verschil maken”

Auteur Alex Klein

Toen de Wet toekomst pensioenen op 1 juli 2023 van kracht werd, leek 2028 nog ver weg. Inmiddels is bijna drie jaar verstreken en begint de omvang van de operatie zichtbaar te worden. “Wij hebben inmiddels ongeveer 40 procent van onze pensioenregelingen omgezet naar het nieuwe stelsel”, zegt Van Riet. “Dat klinkt misschien als een mooie mijlpaal, maar tegelijkertijd betekent het dat nog circa 60 procent van de regelingen in anderhalf jaar moet worden aangepast.”

Volgens hem ontstaat daardoor een boeggolf die niet alleen Nationale-Nederlanden raakt, maar de gehele pensioenmarkt. “Eigenlijk heeft de hele sector dezelfde uitdaging. Er is nog enorm veel werk te doen in relatief weinig tijd. Dat vraagt capaciteit van pensioenadviseurs, actuarissen, uitvoerders en juristen. Die capaciteit is niet onbeperkt.”

De oorzaak ligt volgens Van Riet niet zozeer bij onwil, maar vooral bij prioriteiten. Pensioen staat bij veel ondernemers simpelweg niet bovenaan de agenda. “Werkgevers hebben de afgelopen jaren vaak andere zaken voorrang gegeven. Fusies, overnames, personeelstekorten, economische onzekerheid. Dan wordt pensioen al snel vooruitgeschoven. Wil je de overgang goed regelen, dan pak je nu het dossier op.”

Zijn boodschap is helder: wie denkt tot eind 2027 te kunnen wachten, onderschat de complexiteit van de overgang. “Als je op 1 december 2027 pas in beweging komt, ben je feitelijk te laat”, zegt Van Riet. “Een pensioenregeling aanpassen is geen administratieve handeling die je even uitvoert. Er moeten keuzes worden gemaakt, deelnemers moeten worden geïnformeerd en er zijn wettelijke communicatieverplichtingen.”

Daarbij speelt mee dat veel pensioencontracten een looptijd van vijf jaar hebben en vaak per 1 januari worden verlengd. Voor veel werkgevers resten daardoor feitelijk nog maar twee momenten om de overstap zorgvuldig te regelen.

Waarom wachten gevaarlijk wordt

De klok tikt voor honderdduizenden mkb-werkgevers. Uiterlijk 1 januari 2028 moeten alle pensioenregelingen voldoen aan de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Toch heeft een groot deel van het mkb de noodzakelijke aanpassingen nog niet in gang gezet. Volgens Leon van Riet, CEO Netherlands Life & Pensions en lid van de Management Board van NN Group, dreigt daardoor een pensioenfile te ontstaan. Adviseurs spelen volgens hem een sleutelrol om ondernemers tijdig in beweging te krijgen. “Pensioen hoeft niet het specialisme van iedere adviseur te zijn. Maar elke financieel adviseur en planner kan hier wel het verschil maken.”

‘Na de zomer wordt uitstel een serieus risico’

Pensioendeadline komt in zicht voor mkb

interview