“Klantenservice is niet alleen een proces, maar een belangrijk onderdeel van de merkbeleving van het advieskantoor”
Wat het Serviceproviders Congres vooral liet zien, is dat onderhoud en nazorg steeds meer veranderen van een verplicht onderdeel van het adviesproces naar een strategische pijler van het verdienmodel.
Door technologie slim in te zetten, processen efficiënter te organiseren en klantcontact structureel te beheren, kunnen advieskantoren hun dienstverlening versterken en tegelijkertijd hun bedrijfsvoering beter beheersbaar maken.
Naast technologie en processen kwam tijdens het congres nog een ander thema regelmatig terug: klantenservice. Onderhoud en nazorg gaan immers niet alleen over systemen, maar vooral over hoe klanten het contact met hun adviseur ervaren. De kwaliteit van dat contact bepaalt in sterke mate hoe een kantoor wordt gewaardeerd.
Tegelijkertijd vraagt het dagelijkse klantcontact veel capaciteit. Denk aan vragen over poliswijzigingen, schadeafhandeling, dossierupdates of administratieve aanpassingen. Hoewel deze werkzaamheden essentieel zijn voor een goede dienstverlening, vragen ze niet altijd direct om de expertise van een adviseur.
Steeds meer kantoren zoeken daarom naar manieren om hun binnendienst flexibeler te organiseren. Door delen van de klantenservice, dossierverwerking of administratieve opvolging extern te laten ondersteunen, kan de werkdruk binnen het kantoor beter worden verdeeld. Voor de klant blijft het advieskantoor het vaste aanspreekpunt, terwijl achter de schermen gespecialiseerde ondersteuning ervoor zorgt dat dossiers op orde blijven en vragen snel worden opgepakt.
Voor de adviseur betekent dat vooral meer ruimte om zich te richten op datgene waar zijn toegevoegde waarde het grootst is: advies, relatiebeheer en het begeleiden van klanten bij belangrijke financiële beslissingen.
Een tweede ontwikkeling die tijdens het congres zichtbaar werd, is de veranderende rol van serviceproviders. Waar deze partijen traditioneel vooral werden gezien als leveranciers van technologie of distributie, ontwikkelen zij zich steeds vaker tot partners in de bedrijfsvoering van advieskantoren.
Naast technologie ondersteunen zij adviseurs steeds vaker bij procesoptimalisatie, data-analyse en onderdelen van de backoffice. Voor kleinere kantoren kan samenwerking met dergelijke partners helpen om schaal te creëren en organisatorische druk te verminderen. Niet ieder kantoor hoeft immers alle processen volledig zelf te organiseren.
Oosterbaan Martinius ging ook in op de rol van kunstmatige intelligentie. Waar AI adviseurs kan helpen om efficiënter te werken, maakt dezelfde technologie het voor consumenten eenvoudiger om adviesdossiers kritisch te analyseren. Dat kan leiden tot een toename van aansprakelijkheidsclaims.
Voor advieskantoren is dat niet alleen een juridisch risico, maar ook een bedrijfsrisico. Een stijging van claims kan immers direct gevolgen hebben voor de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en daarmee voor de vergunning om advies te mogen geven.
Tijdens het congres volgden adviseurs drie rondes met kennissessies van verschillende serviceproviders en technologiebedrijven. Partijen als Home Invest, M+ Financial Informatics, VPO, Heinenoord, Inpact, Blinqx, Turien & Co., Paperbox en ANVA lieten zien hoe advieskantoren hun processen efficiënter kunnen organiseren.
CRM-systemen, workflow-automatisering en data-analyse maken het mogelijk om signalen uit de portefeuille sneller zichtbaar te maken. Denk aan een aflopende rentevaste periode, een polis die moet worden herzien of veranderingen in de persoonlijke situatie van een klant.
Door dergelijke signalen structureel te benutten, kunnen adviseurs proactiever werken en eerder in gesprek gaan met hun klanten. Zoals een van de sprekers het tijdens een sessie verwoordde: “Technologie moet vooral ruimte creëren voor het gesprek met de klant.”
Steeds vaker kiezen kantoren er daarom voor om delen van dit proces anders te organiseren. Door bijvoorbeeld administratieve taken, dossierbeheer of eerste klantcontacten door gespecialiseerde ondersteunende teams te laten uitvoeren, kan de adviseur zich blijven richten op het moment waarop zijn expertise echt nodig is: het adviesgesprek en de strategische begeleiding van de klant.
Onderhoud en nazorg zijn daarmee niet langer een bijzaak, maar een structureel onderdeel van het adviesmodel.
Met een praktijkvoorbeeld wordt aan de toehoorders duidelijk gemaakt hoe dit in de dagelijkse praktijk uitpakt. Stel dat een klant belt omdat zijn rentevaste periode over twee jaar afloopt en hij wil weten wat dat betekent voor zijn maandlasten. Tegelijkertijd heeft dezelfde klant een autoverzekering waarbij een schade moet worden gemeld en een inkomensverzekering die periodiek moet worden gecontroleerd.
In een klein kantoor komt zo’n vraag vaak terecht bij dezelfde adviseur die ook verantwoordelijk is voor nieuwe adviestrajecten. Terwijl veel van deze werkzaamheden – zoals het controleren van dossiers, het verwerken van wijzigingen of het voorbereiden van klantgesprekken – eigenlijk ondersteunend werk zijn.
steeds meer capaciteit
Een belangrijke verklaring ligt in de veranderende aard van het werk. Waar het vak vroeger sterk draaide om het afsluiten van producten, verschuift het zwaartepunt steeds meer naar het beheer van bestaande dossiers.
Adviseurs moeten gedurende de looptijd van producten aantoonbaar invulling geven aan hun zorgplicht. Dat betekent dat dossiers actief moeten worden bewaakt en dat veranderingen in de situatie van klanten tijdig worden gesignaleerd. Voor veel kantoren betekent dat een groeiende hoeveelheid werkzaamheden op het gebied van dossierbeheer, administratie en klantcontact.
Op het plenaire podium duidde Jurjen Oosterbaan Martinius, directeur Bureau DFO, de veranderende dynamiek in de adviesmarkt. Volgens hem staat vooral het gemiddelde advieskantoor voor een strategische uitdaging. Meer dan 85 procent van de Nederlandse advieskantoren bestaat uit organisaties met minder dan vijf fte. Juist deze kantoren vormen de ruggengraat van de lokale advisering, maar krijgen steeds vaker te maken met stijgende kosten en toenemende complexiteit.
Uit cijfers van Bureau DFO blijkt dat grotere kantoren inmiddels gemiddeld circa 190.000 euro omzet per fte realiseren, terwijl kleinere kantoren rond de 110.000 euro blijven steken. Volgens Oosterbaan Martinius ontstaat daarmee een structurele kloof in de sector. “Als kantoren hun organisatie niet aanpassen aan de nieuwe realiteit, wordt het steeds lastiger om de huidige manier van werken rendabel te houden.”
Het Serviceproviders Congres is een initiatief van de Contactgroep Automatisering en Bureau DFO. Na de plenaire introductie konden de deelnemende adviseurs drie rondes met kennissessies volgen. Daarin werd duidelijk dat systemen alleen niet voldoende zijn voor de verschuiving van productadvies naar structureel klantbeheer. Het is juist de manier waarop advieskantoren hun klantrelaties organiseren, die in toenemende mate hun positie in de markt bepaalt.
Tijdens het eerste Serviceproviders Congres stond één thema centraal: onderhoud en nazorg. Waar financieel advies jarenlang draaide om het afsluiten van producten, verschuift de aandacht in de sector steeds duidelijker naar wat er daarna gebeurt. Technologie, data en procesondersteuning spelen daarbij een steeds grotere rol.
Serviceproviders Congres 2026
’Nazorg wordt de kern van het adviesmodel’
Met een praktijkvoorbeeld wordt aan de toehoorders duidelijk gemaakt hoe dit in de dagelijkse praktijk uitpakt. Stel dat een klant belt omdat zijn rentevaste periode over twee jaar afloopt en hij wil weten wat dat betekent voor zijn maandlasten. Tegelijkertijd heeft dezelfde klant een autoverzekering waarbij een schade moet worden gemeld en een inkomensverzekering die periodiek moet worden gecontroleerd.
In een klein kantoor komt zo’n vraag vaak terecht bij dezelfde adviseur die ook verantwoordelijk is voor nieuwe adviestrajecten. Terwijl veel van deze werkzaamheden – zoals het controleren van dossiers, het verwerken van wijzigingen of het voorbereiden van klantgesprekken – eigenlijk ondersteunend werk zijn.
Steeds vaker kiezen kantoren er daarom voor om delen van dit proces anders te organiseren. Door bijvoorbeeld administratieve taken, dossierbeheer of eerste klantcontacten door gespecialiseerde ondersteunende teams te laten uitvoeren, kan de adviseur zich blijven richten op het moment waarop zijn expertise echt nodig is: het adviesgesprek en de strategische begeleiding van de klant.
Onderhoud en nazorg zijn daarmee niet langer een bijzaak, maar een structureel onderdeel van het adviesmodel.
Tijdens het congres volgden adviseurs drie rondes met kennissessies van verschillende serviceproviders en technologiebedrijven. Partijen als Home Invest, M+ Financial Informatics, VPO, Heinenoord, Inpact, Blinqx, Turien & Co., Paperbox en ANVA lieten zien hoe advieskantoren hun processen efficiënter kunnen organiseren.
CRM-systemen, workflow-automatisering en data-analyse maken het mogelijk om signalen uit de portefeuille sneller zichtbaar te maken. Denk aan een aflopende rentevaste periode, een polis die moet worden herzien of veranderingen in de persoonlijke situatie van een klant.
Door dergelijke signalen structureel te benutten, kunnen adviseurs proactiever werken en eerder in gesprek gaan met hun klanten. Zoals een van de sprekers het tijdens een sessie verwoordde: “Technologie moet vooral ruimte creëren voor het gesprek met de klant.”
Oosterbaan Martinius ging ook in op de rol van kunstmatige intelligentie. Waar AI adviseurs kan helpen om efficiënter te werken, maakt dezelfde technologie het voor consumenten eenvoudiger om adviesdossiers kritisch te analyseren. Dat kan leiden tot een toename van aansprakelijkheidsclaims.
Voor advieskantoren is dat niet alleen een juridisch risico, maar ook een bedrijfsrisico. Een stijging van claims kan immers direct gevolgen hebben voor de beroepsaansprakelijkheidsverzekering en daarmee voor de vergunning om advies te mogen geven.
Een tweede ontwikkeling die tijdens het congres zichtbaar werd, is de veranderende rol van serviceproviders. Waar deze partijen traditioneel vooral werden gezien als leveranciers van technologie of distributie, ontwikkelen zij zich steeds vaker tot partners in de bedrijfsvoering van advieskantoren.
Naast technologie ondersteunen zij adviseurs steeds vaker bij procesoptimalisatie, data-analyse en onderdelen van de backoffice. Voor kleinere kantoren kan samenwerking met dergelijke partners helpen om schaal te creëren en organisatorische druk te verminderen. Niet ieder kantoor hoeft immers alle processen volledig zelf te organiseren.
Naast technologie en processen kwam tijdens het congres nog een ander thema regelmatig terug: klantenservice. Onderhoud en nazorg gaan immers niet alleen over systemen, maar vooral over hoe klanten het contact met hun adviseur ervaren. De kwaliteit van dat contact bepaalt in sterke mate hoe een kantoor wordt gewaardeerd.
Tegelijkertijd vraagt het dagelijkse klantcontact veel capaciteit. Denk aan vragen over poliswijzigingen, schadeafhandeling, dossierupdates of administratieve aanpassingen. Hoewel deze werkzaamheden essentieel zijn voor een goede dienstverlening, vragen ze niet altijd direct om de expertise van een adviseur.
Steeds meer kantoren zoeken daarom naar manieren om hun binnendienst flexibeler te organiseren. Door delen van de klantenservice, dossierverwerking of administratieve opvolging extern te laten ondersteunen, kan de werkdruk binnen het kantoor beter worden verdeeld. Voor de klant blijft het advieskantoor het vaste aanspreekpunt, terwijl achter de schermen gespecialiseerde ondersteuning ervoor zorgt dat dossiers op orde blijven en vragen snel worden opgepakt.
Voor de adviseur betekent dat vooral meer ruimte om zich te richten op datgene waar zijn toegevoegde waarde het grootst is: advies, relatiebeheer en het begeleiden van klanten bij belangrijke financiële beslissingen.
Wat het Serviceproviders Congres vooral liet zien, is dat onderhoud en nazorg steeds meer veranderen van een verplicht onderdeel van het adviesproces naar een strategische pijler van het verdienmodel.
Door technologie slim in te zetten, processen efficiënter te organiseren en klantcontact structureel te beheren, kunnen advieskantoren hun dienstverlening versterken en tegelijkertijd hun bedrijfsvoering beter beheersbaar maken.
steeds meer capaciteit
Een belangrijke verklaring ligt in de veranderende aard van het werk. Waar het vak vroeger sterk draaide om het afsluiten van producten, verschuift het zwaartepunt steeds meer naar het beheer van bestaande dossiers.
Adviseurs moeten gedurende de looptijd van producten aantoonbaar invulling geven aan hun zorgplicht. Dat betekent dat dossiers actief moeten worden bewaakt en dat veranderingen in de situatie van klanten tijdig worden gesignaleerd. Voor veel kantoren betekent dat een groeiende hoeveelheid werkzaamheden op het gebied van dossierbeheer, administratie en klantcontact.
Op het plenaire podium duidde Jurjen Oosterbaan Martinius, directeur Bureau DFO, de veranderende dynamiek in de adviesmarkt. Volgens hem staat vooral het gemiddelde advieskantoor voor een strategische uitdaging. Meer dan 85 procent van de Nederlandse advieskantoren bestaat uit organisaties met minder dan vijf fte. Juist deze kantoren vormen de ruggengraat van de lokale advisering, maar krijgen steeds vaker te maken met stijgende kosten en toenemende complexiteit.
Uit cijfers van Bureau DFO blijkt dat grotere kantoren inmiddels gemiddeld circa 190.000 euro omzet per fte realiseren, terwijl kleinere kantoren rond de 110.000 euro blijven steken. Volgens Oosterbaan Martinius ontstaat daarmee een structurele kloof in de sector. “Als kantoren hun organisatie niet aanpassen aan de nieuwe realiteit, wordt het steeds lastiger om de huidige manier van werken rendabel te houden.”
“Klantenservice is niet alleen een proces, maar een belangrijk onderdeel van de merkbeleving van het advieskantoor”
Het Serviceproviders Congres is een initiatief van de Contactgroep Automatisering en Bureau DFO. Na de plenaire introductie konden de deelnemende adviseurs drie rondes met kennissessies volgen. Daarin werd duidelijk dat systemen alleen niet voldoende zijn voor de verschuiving van productadvies naar structureel klantbeheer. Het is juist de manier waarop advieskantoren hun klantrelaties organiseren, die in toenemende mate hun positie in de markt bepaalt.
Tijdens het eerste Serviceproviders Congres stond één thema centraal: onderhoud en nazorg. Waar financieel advies jarenlang draaide om het afsluiten van producten, verschuift de aandacht in de sector steeds duidelijker naar wat er daarna gebeurt. Technologie, data en procesondersteuning spelen daarbij een steeds grotere rol.
Serviceproviders Congres 2026
’Nazorg wordt de kern van het adviesmodel’