Hypotheekarcheoloog
Verbaasd? De politiek heeft er destijds bewust voor gekozen om geen sluitende administratie bij te gaan houden. Consumenten hebben bovendien geen verplichting om hun fiscale verleden volledig te bewaren. Tegelijkertijd zijn fiscale wijzigingen vaak ondoordacht ingevoerd, waarna regels steeds opnieuw moesten worden uitgelegd. Met toenemende complexiteit als gevolg.
Op papier oogde het overzichtelijk. Vanaf 2031 loopt voor hypotheken van vóór 2001 de renteaftrek af. Voor hypotheken tussen 2001 en 2013 geldt eveneens een periode van dertig jaar. Sinds 2013 moeten nieuwe hypotheken bovendien annuïtair worden afgelost om renteaftrek te behouden. Waar gaat het dan mis?
Zodra je een echt klantdossier opent. Consumenten verhuizen, verbouwen, sluiten over, gaan uit elkaar en wonen later weer samen. Hypotheekdossiers veranderen daardoor langzaam in fiscale puzzels vol oude leningdelen, verhuisdatums en gemaakte fiscale keuzes. Adviseurs proberen vervolgens aflossingsstanden te reconstrueren en fiscale geschiedenissen opnieuw sluitend te krijgen.
In de recent gepubliceerde hypotheekleidraad erkent de toezichthouder dat niet ieder hypotheekverleden volledig valt te reconstrueren. Als een toezichthouder accepteert dat adviseurs soms moeten werken met aannames, weet je eigenlijk al genoeg. Het systeem is stuk.
Toch durfde de politiek de hypotheekrenteaftrek nooit echt fundamenteel ter discussie te stellen. In plaats daarvan bedachten ze steeds nieuwe regels om de aftrek in te dammen, daarbij volhoudend niet te willen tornen aan de hypotheekrenteaftrek.
Opvallend is dat uit het rapport blijkt dat men niet wil vertrouwen op het (eerlijke) aangiftegedrag van consumenten. Dus moet er een oplossing komen.
Het rapport presenteert hiervoor een complete fiscale menukaart. Afschaffen vanaf 2031. Of toch pas vanaf 2043. Een overgangsregeling voor omgezette aflossingsvrije leningen. Een geleidelijke afbouw van de renteaftrek. En zelfs een systeem waarbij consumenten na iedere verhuizing opnieuw dertig jaar renteaftrek krijgen, alsof fiscale geschiedenis zichzelf met een verhuisbus laat resetten.
Kenmerkend voor vrijwel alle varianten is de toenemende complexiteit. Door onderscheid te blijven maken tussen oude en nieuwe eigenwoningschulden ontstaan automatisch nieuwe uitzonderingen en aanvullend overgangsrecht. Want consumenten laten zich immers niet gemakkelijk in een vakje plaatsen.
Dus gaan we dan ook weer situaties krijgen waarin verschillende regimes door elkaar gaan lopen. Hoe ga je dan om met een klant die een leningdeel heeft van vóór 2001, een aflossingsvrij deel uit 2008 en een annuïtair leningdeel uit 2013? Welk overgangsrecht geldt dan? En voor welk leningdeel?
Ik ben van mening dat we een systeem dat op sterven na dood is, niet nog zieker moeten maken, geleid door budgettaire emoties. Want daardoor zal de rol van de adviseur nog meer veranderen in die van een hypotheekarcheoloog. Gravend in oude leningdelen, verdwenen jaaropgaven en vergeten fiscale keuzes, op zoek naar een fiscale waarheid waarvan niemand precies weet hoe die ooit bedoeld was.
Onlangs presenteerde het ministerie van Financiën het rapport over het aflopen van de dertigjaarsperiode voor de hypotheekrenteaftrek. De conclusie is helder. Vanaf 2031 ontstaan problemen rondom de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van die termijn. Consumenten moeten zelf bewijzen hoeveel recht op aftrek zij nog hebben, terwijl veel consumenten dit niet kunnen. Tegelijkertijd beschikt de Belastingdienst ook niet over voldoende gegevens om te controleren of dat wat de belastingplichtige zegt, klopt.
Hypotheekarcheoloog
Verbaasd? De politiek heeft er destijds bewust voor gekozen om geen sluitende administratie bij te gaan houden. Consumenten hebben bovendien geen verplichting om hun fiscale verleden volledig te bewaren. Tegelijkertijd zijn fiscale wijzigingen vaak ondoordacht ingevoerd, waarna regels steeds opnieuw moesten worden uitgelegd. Met toenemende complexiteit als gevolg.
Op papier oogde het overzichtelijk. Vanaf 2031 loopt voor hypotheken van vóór 2001 de renteaftrek af. Voor hypotheken tussen 2001 en 2013 geldt eveneens een periode van dertig jaar. Sinds 2013 moeten nieuwe hypotheken bovendien annuïtair worden afgelost om renteaftrek te behouden. Waar gaat het dan mis?
Zodra je een echt klantdossier opent. Consumenten verhuizen, verbouwen, sluiten over, gaan uit elkaar en wonen later weer samen. Hypotheekdossiers veranderen daardoor langzaam in fiscale puzzels vol oude leningdelen, verhuisdatums en gemaakte fiscale keuzes. Adviseurs proberen vervolgens aflossingsstanden te reconstrueren en fiscale geschiedenissen opnieuw sluitend te krijgen.
In de recent gepubliceerde hypotheekleidraad erkent de toezichthouder dat niet ieder hypotheekverleden volledig valt te reconstrueren. Als een toezichthouder accepteert dat adviseurs soms moeten werken met aannames, weet je eigenlijk al genoeg. Het systeem is stuk.
Toch durfde de politiek de hypotheekrenteaftrek nooit echt fundamenteel ter discussie te stellen. In plaats daarvan bedachten ze steeds nieuwe regels om de aftrek in te dammen, daarbij volhoudend niet te willen tornen aan de hypotheekrenteaftrek.
Opvallend is dat uit het rapport blijkt dat men niet wil vertrouwen op het (eerlijke) aangiftegedrag van consumenten. Dus moet er een oplossing komen.
Het rapport presenteert hiervoor een complete fiscale menukaart. Afschaffen vanaf 2031. Of toch pas vanaf 2043. Een overgangsregeling voor omgezette aflossingsvrije leningen. Een geleidelijke afbouw van de renteaftrek. En zelfs een systeem waarbij consumenten na iedere verhuizing opnieuw dertig jaar renteaftrek krijgen, alsof fiscale geschiedenis zichzelf met een verhuisbus laat resetten.
Kenmerkend voor vrijwel alle varianten is de toenemende complexiteit. Door onderscheid te blijven maken tussen oude en nieuwe eigenwoningschulden ontstaan automatisch nieuwe uitzonderingen en aanvullend overgangsrecht. Want consumenten laten zich immers niet gemakkelijk in een vakje plaatsen.
Dus gaan we dan ook weer situaties krijgen waarin verschillende regimes door elkaar gaan lopen. Hoe ga je dan om met een klant die een leningdeel heeft van vóór 2001, een aflossingsvrij deel uit 2008 en een annuïtair leningdeel uit 2013? Welk overgangsrecht geldt dan? En voor welk leningdeel?
Ik ben van mening dat we een systeem dat op sterven na dood is, niet nog zieker moeten maken, geleid door budgettaire emoties. Want daardoor zal de rol van de adviseur nog meer veranderen in die van een hypotheekarcheoloog. Gravend in oude leningdelen, verdwenen jaaropgaven en vergeten fiscale keuzes, op zoek naar een fiscale waarheid waarvan niemand precies weet hoe die ooit bedoeld was.
Onlangs presenteerde het ministerie van Financiën het rapport over het aflopen van de dertigjaarsperiode voor de hypotheekrenteaftrek. De conclusie is helder. Vanaf 2031 ontstaan problemen rondom de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van die termijn. Consumenten moeten zelf bewijzen hoeveel recht op aftrek zij nog hebben, terwijl veel consumenten dit niet kunnen. Tegelijkertijd beschikt de Belastingdienst ook niet over voldoende gegevens om te controleren of dat wat de belastingplichtige zegt, klopt.